Spring naar inhoud
dagdieven
terug naar de tafel
9 mei 2026

Breero is moe

Breero is moe:

hij heeft den heelen dag door Amsterdam geloopen,

geslenterd en gedagdiefd, rondgeloopen

langs de kaden en het wijde glinsterende water

en de snelle booten

die erover glijden met hun hooge zeilen

die als groote witte vlerken zijn

en als ijle zachte nooit vervulde droomen.

hij heeft gezworven langs de bronzen grachten,

over de bruggen die hem liever werden

dan de slankste ruggen, hij heeft gehangen over balies

en omlaag gestaard.

soms stond hij stil bij een vervallen poort

waarin het altijd nacht scheen,

soms liep hij sneller langs een open water

en lachte in den wijden zachten morgen

en lonkte naar de meiden; hij liep

langs muren, tusschen tuinen, door vervuilde stegen

en door de smalle kronkelende straten

van zijn onsterfelijk, prachtig Amsterdam

doelloos en vroolijk, schuw en uitgelaten

en in zijn hart een vlam, een vlam, een wilde vlam!

rusteloos, uitgehongerd, onverzadigd

branden zijn voeten en zijn hart en nu vooral zijn keel

en uitgeput valt hij neer bij de tonnen

onder de zacht verlichte kegels van de olmen

voor een taveerne die nog open is;

— goddank, goddank, de kroegen zijn nog open,

er kan gezongen worden, gedronken en gedanst.


— Hendrik Marsman, uit een dunne bundel met koffievlek, gevonden zaterdag bij de drukkerij in de Pijpstraat —